hondengedrag

Om honden in te kunnen zetten binnen je werk, is enige kennis van hondengedrag en opvoeding wel van belang. Dit is natuurlijk ook van belang als je zelf overweegt een hond toe te voegen aan jouw (gezins)leven. Een hond is een levend wezen met een eigen karakter, eigen gevoel en een eigen wil. Naast dat is de hond afhankelijk van jou en de keuzes die jij maakt. Als je als baasje bijvoorbeeld besluit niet de moeite te nemen je hond met andere honden te laten spelen, zal de hond nooit sociaal worden naar andere honden. Daarom vind ik het van belang om het gedrag van honden en de opvoeding die hierbij aansluit, beknopt te beschrijven in een blog. Zodat één ieder die zich bezighoudt met dit prachtige dier, meer bewust wordt van de verantwoordelijkheid die daarbij hoort.
Tekst: Tessa Feer

Om te beginnen is een hond een gezelschapsdier, wat inhoudt dat de hond een gedomesticeerde diersoort is. Echter stamt de hond vanuit de beginselen van een wolf af, wat maakt dat dit deels terug te vinden is in het karakter en de behoeftes van de hond. Gelukkig ziet de hond ons mensen als maatje, maar verwacht hij ook een zekere veiligheid en zekerheid bij ons. Een hond die geen duidelijke grenzen wordt gesteld en niet consequent wordt opgevoed, gaat zich misdragen. Echter gaat een hond die teveel regels krijgt (strenge opvoeding), zich ook misdragen. Dit kan zich op verschillende manieren gaan uitten, zoals bijvoorbeeld sloopgedrag, angstig gedrag, agressief gedrag etc. Daarom is het heel belangrijk om een juiste balans te vinden in de opvoeding van je hond en hier vooral consequent in te zijn.

Daar is het uitzoeken van een passend hondenras de eerste stap in. Kijk goed of het karakter bij je past en wat je hierbij voelt. Het ras zegt niet alles over het karakter natuurlijk, maar het is wel een hele goede eerste inschatting die je kan maken op basis van feiten. Heb je liever een knuffelhond, een drukke hond die zijn energie kwijt moet of een hond die een sterke eigen wil heeft? Dit is vooral goed terug te vinden in de rasbeschrijving en komt vaak grotendeels wel overeen met het uiteindelijke karakter.

Als je eenmaal voor een ras gekozen hebt en er helemaal voor wil gaan, is het goed om rekening te houden met de spullen die in huis moeten worden gehaald, maar ook met de opvoeding die je gaat geven. Gebeurt de opvoeding door meerdere gezinsleden? Zorg dan dat je, voordat de pup er is, op één lijn ligt. Bespreek zaken zoals: “Mag de hond op de bank?”, “Mag de hond op bed?”, “Slaapt de hond in een bench?” en zeker niet onbelangrijk “Wat gaan wij onze hond voeren?” en “geven wij onze hond wat als hij schooit?”. Als je hierin als gezin op één lijn ligt en deze afspraken allemaal nastreeft, weet je zo goed als zeker dat de hond consequent wordt opgevoed. Het gaat natuurlijk niet werken als de één “Nee” zegt tegen de hond als hij schooit, en de ander de puppyoogjes niet kan weerstaan en de hond een lekker stukje van zijn eten geeft. Dan zal je het schooien er nooit echt uitkrijgen. Ook de voeding die je jouw hond gaat geven is van groot belang voor de gezondheid. Denk hier goed over na en lees je goed in. Echt niet alle hondenvoeding is ook daadwerkelijk goed voor een hond. Over voeding is erg veel te vertellen, daarom ga ik hier nu niet verder op in maar schrijf ik hier binnenkort een aparte blog over.

Naast de zaken binnenshuis, is het belangrijk om de hond eigen te maken binnen meerdere omgevingen. Neem je pup overal mee naar toe. Hoe meer jouw pup gewend is overal mee naartoe te gaan, hoe makkelijker de hond uiteindelijk zal zijn in de omgang op andere locaties en in verschillende situaties. Wij hebben Djen meteen overal mee naartoe gesleept zoals o.a. naar de stad, de markt, het terras, parken, losloopvelden, de Intratuin en zelf een keer naar een festival toen ze al wel wat ouder was. Hierdoor zijn honden in hun latere leeftijd niet snel bang voor nieuwe situaties en groeien op als een evenwichtige hond waar je mee “kan lezen en schrijven”. Naast dit heb ik Djen kennis leren maken met allerlei verschillende soorten mensen, zodat ze ook hier goed mee om kan gaan. Wat natuurlijk juist als therapiehond, erg belangrijk is. Tot slot vonden wij het erg belangrijk dat Djen sociaal zou zijn naar andere honden. Daarom heb ik haar vanaf 8 weken meteen al mee laten gaan met een bevriende uitlaatservice, Dogpaws.  Dit heeft zo goed gewerkt, dat Djen nu zelfs iets té sociaal is naar andere honden en hen soms interessanter vindt dan mij haha.

En na de puppytijd komt dan nog de puberteit! Ojee, hebben honden die ook? Ja! Enorm! Het verschilt per ras wanneer de hond echt lastige puberfases heeft. Maar gemiddeld start deze ongeveer bij de 8 maanden en eindigt met anderhalf jaar. In de tussentijd zijn er wel goede en minder goede luistermomenten. Djen is nu 10 maanden en ik kan haar af en toe wel achter het behang plakken, zij zit nu dus in zo’n “niet luisterfase”. In deze periode “vergeten” honden namelijk even alles wat ze ooit hebben geleerd, hebben meestal watten in hun oren en hebben ze overmatig veel energie. Zo kan Djen heel goed los, maar de laatste 2 weken weigert ze weleens ook maar te proberen om naar mij te luisteren als ik haar roep en ze speelt met andere honden. Ook vindt Djen het erg leuk om “Pak me dan als je kan” te spelen, grrr..
Maar hoe kan je hier nu het beste mee om gaan?

Probeer ten eerste een veilige omgeving te blijven bieden. Angstfases horen namelijk ook bij de puberteit en als je ze hierin te streng aanpakt kunnen ze angstig worden wat zelfs kan uitmonden in agressie. Probeer dus altijd rustig te blijven en positief op te voeden (je kan natuurlijk best eens je stem verheffen als iets echt niet door de beugel kan), maak veel gebruik van herhaling. Om wat energie kwijt te raken kan je extra gaan wandelen, maar kan je ook heel goed denkwerk gaan doen met de hond. Doe denkspelletjes of ga trainen, zo wordt jouw onstuimige puber ook psychisch uitgedaagd.

Vaak is het loslopen rond deze periode lastig. De puber voelt zich geroepen de wereld te ontdekken en erop uit te gaan. En jij als baasje dan? Ja, jou ziet hij elke dag. Dat is saai zeg… Dus, zorg ervoor dat jij als baasje ook SUPER interessant bent tijdens de wandeling. Bied iets aan wat de hond geweldig vindt. Een piepspeeltje, een bal, een stok, wat lekkers te eten of zet jezelf voor joker door rondjes te gaan rennen en gekke geluidjes te maken (ja, dat kan helaas erg goed werken). Wat erg belangrijk is in deze periode, is om te blijven proberen. Ja het is vervelend en kost veel moeite, maar als je er niet mee blijft oefenen kan het maar zo zijn dat de hond niet meer los kan op latere leeftijd. De puberteit is nou eenmaal ook de vormingsfase voor het latere karakter. Zorg natuurlijk wel dat je dit altijd op een veilige plek doet, waar de hond geen gevaar loopt overreden te worden of echt als stipje aan de horizon zou kunnen verdwijnen.

Dus, rent je hond naar andere honden toe. Laat hem wel even hond zijn en laat hem eventjes spelen, maar op geven moment is het natuurlijk genoeg. Gebruik iets wat de hond leuk vindt, zoals hierboven beschreven, en lok hem daarmee. Als je hond meteen komt dan beloon je hem met wat lekkers, een aai over zijn bol of ga je even met hem spelen. Bij Djen moet je bijvoorbeeld nooit het speeltje geven waarmee je haar hebt “gelokt”, want dan denkt ze “Oke doei!” en gaat ze er vandoor met het speeltje, en zie haar dan maar eens terug te krijgen. Wel bied ik dan wat anders leuks aan en pak een stok (daar heeft ze gelukkig een obsessie voor) of geef haar een superlekker hapje. Aan het eind van de wandeling doe ik haar even aan de lange lijn en krijgt ze de piepbal wel, anders blijft deze niet interessant genoeg. Helaas is Djen soms wel zo slim dat ze even hallo komt zeggen, en meteen weer denkt “Oke doei!” en er dan weer vandoor gaat. Door haar dan goed te lezen kan ik dit al aan haar lichaamstaal zien en zo kan ik meestal “Nee” zeggen voordat ze ook maar weg sprint. Dit werkt bij alle honden erg goed, voorkomen is ook hier, beter dan genezen. Dus zie je dat je hond een loopje met je wil gaan nemen? Zeg dan daadkrachtig “Nee” of welk commando je daar dan ook voor gebruikt, zodat je de focus weer bij jou terug brengt.

Al met al, probeer altijd positief te blijven benaderen, maar laat het wel merken als je ergens niet van gediend bent. Ook dit kan op een milde manier, door de hond je aan te laten kijken en “Nee” te zeggen of door hem even te negeren. Handhaaf altijd te positieve hondentraining en beloon zoveel mogelijk het gewenste gedrag. Als je de puppy en puberfase eenmaal goed doorgekomen bent, heb je uiteindelijk een volwassen en evenwichtige hond aan je zijde. Wel is het natuurlijk belangrijk om altijd consequent te blijven in de verdere levensloop van de hond.

Omdat het best lastig is om alles over hondengedrag en opvoeding in één enkele blog te beschrijven, heb ik helaas niet alles kunnen beschrijven. Mocht je vragen hebben over hondengedrag en opvoeding in het algemeen of specifiek gericht op jouw hond? Dan mag je mij natuurlijk altijd mailen op info@praatjesmetpootjes.nl of de vraag stellen in onze Facebookgroep “Mens en dier”, waar ook andere leden jou eventueel zouden kunnen helpen.

Wil je graag meer leren over de communicatie van mens en hond en jullie vriendschap hechter maken? Bestel dan ons e-book via https://praatjesmetpootjes.nl/hondengedragsbegeleiding/ voor maar € 4,50!

SaveSave

Laat een bericht achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.